10 tips voor de keuring

print deze pagina naar pdf

Bij een arbeidsongeschiktheidskeuring staat veel op het spel. De verzekeringsarts beoordeelt wat u als gevolg van uw ziekte níet meer kunt en wat u nog wel. Bij de WIA bepaalt hij bovendien of uw arbeidsongeschiktheid ‘duurzaam’ zal zijn. Op basis van de conclusies van de verzekeringsarts beoordeelt de arbeidsdeskundige welke functies u in theorie nog zou kunnen vervullen, wat u daarmee zou kunnen verdienen en hoeveel dit verschilt van uw vroegere salaris. Op basis hiervan stelt hij uw arbeidsongeschiktheidspercentage vast. En dat percentage bepaalt dan weer of u een uitkering krijgt en zo ja, hoe hoog die zal zijn. Van een herkeuring hangt af of uw uitkering hetzelfde blijft, wordt verlaagd of stopgezet.

10 eerste tips 
De tien tips hierna zijn bedoeld als eerste stap. De ervaring leert dat een grondige voorbereiding kan bijdragen aan een betere uitkomst. Wacht hiermee niet tot het laatst, maar begin op tijd – dat wil zeggen al weken van tevoren. Want het kost tijd om voor uzelf alles op een rijtje te zetten en bijvoorbeeld de nodige medische gegevens op te vragen.

1. Informeer u van tevoren goed 
Neem contact op met het advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Wacht hiermee niet tot vlak voor de keuring! Stel u ook goed op de hoogte van het Verzekeringsgeneeskundig Protocol Whiplash Associated Disorders (WAD) I en II

2. Zoek hulp en ondersteuning
Ga niet in uw eentje naar de gesprekken met de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige. Vraag iemand in wie u vertrouwen hebt, met u mee te gaan. Dat kan ook iemand zijn van een vakbond of een andere organisatie. Vraag deze persoon ook u te helpen bij de voorbereiding van deze gesprekken.

3. Zorg voor een goed inzicht in uw eigen situatie
Zet uw eigen medische gegevens op een rij, zoals uitkomsten van onderzoeken. Vraag deze gegevens zo nodig op bij uw arts(en) en bedenk welke informatie van uw huisarts of specialist van belang kan zijn voor uw keuring. Zorg dat u een duidelijk inzicht hebt in uw beperkingen en uw mogelijkheden om te functioneren. Bedenk hoeveel uur u maximaal per dag en per week zou kunnen werken en hoeveel rust u nodig hebt.

4. Houd er rekening mee dat de verzekeringsarts ook zal nagaan of u in zijn ogen wel de juiste behandeling(en) hebt gevolgd
Verzamel alle gegevens over de door u gevolgde behandelingen en vraag deze zo nodig op bij uw arts(en), fysiotherapeut, psycholoog enzovoort. Zorg dat u op de hoogte bent van wat er in het Verzekeringsgeneeskundig Protocol staat over de behandeling van whiplash. Ga na of u alle behandelingen waaraan de verzekeringsarts waarde zou kunnen hechten hebt gevolgd, of dat er misschien nog een behandeling is waarmee u wilt beginnen. Hebt u bewust gekozen voor of tegen een bepaalde behandeling, zet dan de  argumenten in uw specifieke geval (en die van bijvoorbeeld uw huisarts) goed op een rij. Bedenk dat veel verzekeringsartsen alternatieve behandelingen negatief waarderen.

5. Denk na over uw opstelling tijdens het gesprek met de verzekeringsarts
Houd er rekening mee dat de verzekeringsarts de wet moet uitvoeren en er dus niet in de eerste plaats is om u te helpen, maar doe ook niet onnodig wantrouwend. Doe u niet beter voor dan u bent, neem geen slachtofferrol aan, klaag niet, maar leg uit. Streef naar erkenning van uw klachten en beperkingen, niet naar erkenning van uw ziekte.  

6. Vraag na afloop van het gesprek met de verzekeringsarts uw medische rapportage op en gebruik uw recht op correctie en aanvulling
Vraag de verzekeringsarts om tijdige toezending (vóór het gesprek met de arbeidsdeskundige) van de medische rapportage en de door de arts ingevulde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Als in de rapportage en de FML onjuistheden staan of belangrijke gegevens ontbreken, vraag dan schriftelijk om correctie of aanvulling. Dit is uw wettelijk recht. 

7. Neem ook het gesprek met de arbeidsdeskundige heel serieus
Ga na of u de functies die de arbeidsdeskundige selecteert ook daadwerkelijk aankunt met uw opleiding, ervaring en gezondheid. Bent u het niet eens met de geselecteerde functies, zeg dat dan duidelijk. Bent u (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt verklaard, vraag dan om hulp bij het houden of vinden van werk. Daar hebt u recht op.

8. Informeer u over de uitkering(en) waar u recht op hebt en de verplichtingen die daaraan zijn verbonden
Stel u goed op de hoogte van de verplichtingen die verbonden zijn aan WIA (WGA en IVA), Wajong, WAO en WAZ. Denk aan de sollicitatieplicht in het kader van de WGA. Krijgt u geen arbeidsongeschiktheidsuitkering (meer) of wordt die verlaagd, vraag dan tijdig een WW- of andere uitkering waar u recht op hebt (TRI, IOAW, IOW, bijstand) aan. Houd u aan uw verplichtingen, zoals de sollicitatieplicht.

9. Maak bezwaar en ga in beroep als dat nodig is
Bent u het niet eens met de uitslag, zoek dan rechtshulp en begin een bezwaarprocedure, en daarna zo nodig een beroepsprocedure. Ook hierover kunt u bij het advies- en meldpunt 'ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid' informatie krijgen. Denk aan de uiterste termijnen!

10. Vraag advies en meld uw ervaringen bij het advies- en meldpunt
Bij het advies- en meldpunt kunt u terecht voor informatie en advies die elders vaak niet te krijgen zijn. Uw ervaringen met de keuring kunnen helpen om lotgenoten beter te adviseren en om aan de betrokken instanties voorstellen te doen voor verbetering van de keuringen en van het protocol WAD I en II. We vragen u daarom nadrukkelijk uw ervaringen aan ons door te geven via de vragenlijst op internet.

 

10 tips voor de keuring
Laat de tekst voorlezen met ReadSpeaker