JURISPRUDENTIE OP WHIPLASHGEBIED OVER HET LAATSTE GEDEELTE VAN 2013

groei

JURISPRUDENTIE OP WHIPLASHGEBIED OVER HET LAATSTE GEDEELTE VAN 2013

Geplaatst op 10-01-2014  -  Categorie: Blog: advocatenblog

Hierbij de laatste blog van 2013 met daarin een bespreking van de jurisprudentie over de laatste periode van 2013. In deze blog met name aandacht aan de aanwezigheid van causaal verband bij whiplashletsel in het geval dat er eerder al een ongeval heeft plaatsgevonden. 

De Rechtbank Overijssel heeft op 4 september 2013 in een deelgeschilprocedure beslist over het causaal verband tussen een tweetal ongevallen en de bij een slachtoffer aanwezige rug-, knie-, nek- en elleboogklachten (ECLI:NL:RBOVE:2013:2083). Daarnaast waren er psychische klachten aanwezig resulterend in een post traumatische stress stoornis. De Rechtbank oordeelt dat de vraag naar causaal verband binnen de omschrijving van artikel 1019w RV valt. Ter onderbouwing van de aanwezigheid van causaal verband heeft het slachtoffer slechts medische informatie van de behandelend artsen overgelegd. Nu het causale verband door de medische adviseurs van de verzekeraars uitdrukkelijk is betwist, zal er eerst een onderzoek door een onafhankelijke deskundige moeten plaatsvinden. De Rechtbank kan de aanwezigheid van causaal verband dan ook niet aannemen. Volgens de Rechtbank is er daarnaast zelfs geen ruimte voor een begroting van de proceskosten in de deelgeschilprocedure. Het slachtoffer had namelijk niet kunnen volstaan met slechts medische informatie uit het behandelend circuit te overleggen. Vanwege deze te summiere onderbouwing van de vordering vindt er geen proceskostenveroordeling plaats in de deelgeschilprocedure. 

In een volgend arrest van 10 september 2013 heeft het Gerechtshof Leeuwaarden zich eveneens uitgelaten over causaal verband bij meerdere ongevallen (www.letselschademagazine.nl/2013/hof-arnhem-leeuwarden-100913). Een zelfstandig ondernemer is als gevolg van een kop-/staartbotsing op 22 december 2003 arbeidsongeschikt geworden vanwege de daarbij opgelopen whiplashklachten. De door de Rechtbank in het kader van een voorlopig deskundigenbericht ingeschakelde neuroloog heeft in zijn rapport onder andere aangegeven dat het slachtoffer in het verleden reeds eerder een vrij ernstig accelaratieletsel heeft ondergaan met een zeer langdurige nasleep in de vorm van een chronisch laat postwhiplashsyndroom. Voor zover de deskundigen kunnen nagaan heeft het slachtoffer dit echter goed doorstaan en was hij feitelijk geheel, dan wel nagenoeg geheel, klachtenvrij voor het ongeval van 22 december 2003. De aard van het ongeval afgezet tegen de eerdere ervaringen met soortgelijke ongevallen kan de reden zijn geweest dat het slachtoffer als gevolg van een relatief mild ongeval is gedecompenseerd. De Rechtbank heeft ondanks de voormelde rapporten de vordering van het slachtoffer afgewezen. 
Het Gerechtshof verwijst in het hoger beroep als eerste naar het Renteneurose-arrest van de Hoge Raad (LJN: AG4961), waarin aangegeven is dat van belang is of er voorafgaand aan het ongeval al soortgelijke klachten waren die de huidige klachten van de gelaedeerde kunnen verklaren en voorts of de persoonlijkheidsstructuur van de gelaedeerde mede heeft bijgedragen aan het ontstaan en/of in stand houden van de klachten. Of er volgens de AMA-6 wel of volgens de NVN-2007 geen percentage functieverlies kan worden gekoppeld aan (whiplash)klachten bij ontbreken van medische objectieve bevindingen, is niet van (groot) belang voor de vraag of er causaal verband bestaat tussen ongeval en klachten. Dit percentage functieverlies kan eventueel wel een rol spelen bij de vaststelling van de hoogte van het smartengeld, aldus het Gerechtshof. Aan het bewijs van (juridisch) causaal verband tussen de klachten en het ongeval kunnen geen al te hoge eisen worden gesteld, juist indien sprake is van klachten waarvoor een specifieke, medisch aantoonbare verklaring, bijvoorbeeld door ontbreken van objectief waarneembaar letsel, niet zomaar kan worden gegeven. Dit komt volgens de Hoge Raad voor risico van de verzekeraar, zo blijkt uit de arresten Vehoff/Helvetia (LJN ZC2654) en Zwolsche/De Greef (LJN AB2054). 
Bij haar beoordeling slaat het Hof tevens acht op het feit dat het slachtoffer in 1988 ook betrokken is geweest bij een aanrijding. Hij heeft vervolgens echter een universitaire studie afgerond en werkte in december 2003 gemiddeld 50 uur per week. Het Hof concludeert hieruit dat hij aan het eerdere ongeval geen rechtens relevante medische beperkingen heeft overgehouden. In december 2004 is het slachtoffer wel nog betrokken geweest bij een snowboardongeval, waarbij hij zijn 12e borstwervel heeft gebroken. Het Hof komt dit alles overziend tot de conclusie dat in tegenstelling tot de Rechtbank – met uitzondering van een kleine correctie in verband met het voormelde snowboardongeval – de klachten wel degelijk in causaal verband staan tot het ongeval in december 2003. Voor het snowboardongeval wordt er nog wel een tijdelijke onderbreking van de causale keten aangenomen van december 2004 tot 1 maart 2005. De in deze periode geleden schade komt niet voor vergoeding in aanmerking. 

Een andere uitspraak over het causaal verband bij meerdere ongevallen is op 14 oktober 2013 in een deelgeschilprocedure door de Rechtbank Limburg gedaan (www.wetdeelgeschillen.info). In deze casus heeft er op 25 juni 1995 een ongeval plaatsgevonden, waardoor het slachtoffer al kampte met nekklachten, hoofdpijnklachten en concentratieproblemen toen hij op 23 december 2005 opnieuw een ongeval kreeg. Door de ingeschakelde deskundige is vastgesteld dat de voormelde klachten al bestonden op het moment dat het slachtoffer een tweede ongeval kreeg. De door het slachtoffer gestelde toename van de klachten is door neuroloog Verhagen niet geobjectiveerd.  Nu een toename van de klachten niet is geobjectiveerd, komt de Rechtbank ook niet toe aan de beoordeling van het causaal verband. De buitengerechtelijke kosten worden wel vergoed en ook worden er in de deelgeschilprocedure proceskosten begroot. Er is, zo stelt de Rechtbank, namelijk niet vast komen te staan dat de door de advocaat gemaakte kosten nodeloos en niet in redelijkheid zijn gemaakt. 

Een andere uitspraak waarin het causaal verband ter sprake kwam is van 22 oktober 2013 van de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2013:14106). Er is in deze zaak sprake van een kop-/staart botsing, waarvan volgens de Rechtbank niet vaststaat dat het een ongeval met een enorme impact is geweest. Er kan causaal verband tussen de klachten en het ongeval worden aangenomen indien vast staat dat het slachtoffer de klachten voor het ongeval niet had, de klachten door het ongeval veroorzaakt kunnen worden en een alternatieve verklaring voor de klachten ontbreekt. De Rechtbank is van mening dat door het slachtoffer onvoldoende onderbouwd is dat aan de voormelde criteria is voldaan. Dit daargelaten of voldoende objectief kan worden vastgesteld dat de door het slachtoffer aangevoerde gezondheidsklachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. De Rechtbank verwijst naar de Richtlijn Whiplash 2008 (p. 18 en p. 64) waaruit zou blijken dat er sterke aanwijzingen zijn dat een impactsnelheid tot circa 15km/u geen letsel veroorzaakt. Het had daarom op de weg van het slachtoffer gelegen om nader te onderbouwen dat de klachten toch door het ongeval veroorzaakt zouden kunnen zijn, hetgeen het slachtoffer nagelaten heeft. Bovendien heeft hij nagelaten medische informatie te overleggen waaruit blijkt dat de betreffende klachten voorafgaand aan het ongeval niet aanwezig waren. Tot slot kan er op basis van de overgelegde stukken niet beoordeeld worden of er mogelijk een alternatieve oorzaak voor de klachten aanwezig is. Deze afwijzing van de vordering was volgens de Rechtbank zo voorzienbaar dat het verzoek om proceskosten te begroten in de deelgeschilprocedure wordt afgewezen. 

Met deze uitspraak wordt de standaard jurisprudentie van de Hoge Raad nader ingekleurd. Er kan geconcludeerd worden dat de advocaat van een slachtoffer er goed aan doet om ook aandacht te besteden aan de in deze uitspraak besproken ‘voorvragen’. De valkuil is om direct op de klachten te focussen en alleen maar aandacht te vragen voor het feit dat deze klachten reëel, niet ingebeeld en niet voorgewend zijn. Dit zal in veel gevallen voldoende zijn voor het aannemen van causaal verband, in sommige gevallen echter dus niet. 

Overigens is daarbij wel merkwaardig dat de Richtlijn Whiplash 2008 voor de Rechtbank een doorslaggevende rol heeft gehad. Hiermee wordt namelijk gedoeld op de CBO-richtlijn, die in het kader van de behandeling en dus niet voor de juridische beoordeling van het causaal is opgesteld. Daar waar deze richtlijn voor het vaststellen van de vraag of er juridische gezien sprake is van causaal verband en beperkingen als gevolg van een ongeval niet kan worden gebruikt, zou dat volgens de Rechtbank Den Haag voor de afwijzing van het causaal verband kennelijk in deze situatie wel het geval zijn. Dit levert in mijn ogen echter een onwenselijke situatie op. 

Een voorbeeld van een uitspraak waarin dit onderscheid wordt gemaakt is die van de Rechtbank Noord-Holland d.d. 21 november 2013 (www.letselschademagazine.nl/2013/rb-noord-holland-211113). Als eerste moet vastgesteld worden of de klachten bestaan en dan of deze klachten door het ongeval veroorzaakt zijn. Het bestaan van de klachten kan worden aanvaard als voldoende objectief vastgesteld kan worden dat de subjectieve gezondheidsklachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. Het juridische causaal verband tussen de klachten en het ongeval kan vervolgens worden vastgesteld indien vast komt te staan dat het slachtoffer voor het ongeval de klachten niet had, de klachten door het ongeval veroorzaakt kunnen worden en een alternatieve verklaring voor de klachten ontbreekt. Aan al deze voorwaarden wordt in deze uitspraak voldaan.  De Rechtbank wijst de vordering van het slachtoffer echter toch af, omdat er alleen maar klachten en geen beperkingen zouden zijn gesteld. 

In een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 30 augustus 2013 (ECLI:NL:RBNNE:2013:5124) wordt tevens op het causaal verband ingegaan. De Rechtbank oordeelt dat eerst een deskundigenonderzoek nodig is en dat de deelgeschilprocedure zich hier niet voor leent en wijst daarom de vordering en de begroting van de proceskosten af. De Rechtbank Midden Nederland oordeelt op 13 november 2013 in een deelgeschilprocedure vergelijkbaar (www.wetdeelgeschillen.info), maar kent wel een proceskostenvergoeding toe. Ook de Rechtbank Amsterdam komt op 18 oktober 2013 (www.stichtingpiv.nl) tot een afwijzing van de vordering tot aanvullende bevoorschotting. In een kort geding werd bepaald dat nog niet voldoende aannemelijk was geworden dat het slachtoffer letsels had opgelopen ten gevolge van het in het geding zijnde ongeval. Overigens bepaalde de Rechtbank in deze uitspraak ook dat het feit dat het ongeval met een lage snelheid plaatsvond, niet betekent dat hieruit geen letsel kan ontstaan. 

Een hele andere uitspraak gaat over de aansprakelijkheid van eenrechtsbijstandsverzekeraar in verband met het ten onrechte niet adviseren om een whiplashzaak niet definitief af te wikkelen. De uitspraak is van 19 november 2013 van het Gerechtshof Den Bosch (ECLI:NL:GHSHE:2013:5453). Een zelfstandig vrachtwagenchauffeur dacht na 2 tot 3 maanden wel weer volledig hersteld te zijn en heeft met de verzekeraar daarom een slotbetaling van € 15.000,- afgesproken. De rechtsbijstandsverzekeraar had ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst echter moeten realiseren dat er nog geen medische eindsituatie aanwezig was en dat de kans reëel was dat de schade uiteindelijke vele malen hoger zou uitvallen, omdat het slachtoffer niet op korte termijn zou herstellen. Het lag volgens het Hof op de weg van Achmea om haar – met dit soort kwesties onervaren – cliënt te wijzen op zijn mogelijk te optimistische inschatting van zijn medische toestand. In het verlengde hiervan had Achmea hem moeten adviseren de zaak niet definitief te regelen. Hieruit kan niet anders geconcludeerd worden dan dat Achmea een beroepsfout heeft gemaakt, aldus het Gerechtshof. 

Rest mij nog om u allen hele fijne feestdagen toe te wensen en een voorspoedig en vooral gezond 2014!.


 

Vraag het ons

Heeft u vragen over whiplash of over het lidmaatschap, lees op onze contactpagina hoe u ons kunt bereiken. 

Contact opnemen

 
 

Word lid

Leden van de Whiplash Stichting ontvangen waardevolle informatie, ondersteuning en kunnen gebruik maken van de ledenvoordelen. 

Lees meer over het lidmaatschap

 

Word vrijwilliger

Als vrijwilliger hoeft u zelf niet per se een whiplash te hebben. Iedereen die kennis en ervaring wil inbrengen is welkom. 

Lees hoe u kunt bijdragen

Steun ons

Draagt u de Whiplash Stichting een warm hart toe? Steun ons dan via een donatie, de Vriendenloterij of met een gebruikte cartridge.

Lees meer over donaties