JURISPRUDENTIE OP WHIPLASHGEBIED OVER HET EERSTE KWARTAAL VAN 2014

groei

JURISPRUDENTIE OP WHIPLASHGEBIED OVER HET EERSTE KWARTAAL VAN 2014

Geplaatst op 22-04-2014  -  Categorie: Blog: advocatenblog

Bijgevoegd een samenvatting van de jurisprudentie op whiplashgebied in het eerste kwartaal van 2014.

Daarbij wijs ik als eerst op een Belgisch onderzoek naar de oorzaak van whiplash. Onderzoekers van de vrije universiteit Brussel hebben hierin bevestigd dat de whiplashklachten reëel zijn. De meerderheid van de mensen met een chronische whiplash heeft een overprikkeld centraal zenuwstelsel. Dat verklaart de groeiende pijnklachten en de overgevoeligheid voor verschillende prikkels, zoals daglicht en stress. Onderzoek van de Vrije Universiteit Brussel, onder leiding van professor Jo Nijs, heeft recent aangetoond dat het lichaam zelf niet meer haar eigen pijnstilling kan activeren. Al in de eerste maand na het ongeluk begint het lichaam problemen te krijgen om haar natuurlijke pijnstilling op gang te krijgen. Dit sluit aan bij observaties dat de biologische stresssystemen in het lichaam van mensen met chronische whiplash vaak niet meer in staat zijn om gepast te reageren op de (dagelijkse) stresssoren. De verminderde concentratie, korte-termijn geheugenproblemen en tragere reactietijden zijn andere ‘breinproblemen’ die kenmerkend zijn voor whiplash, en die recent in dit onderzoek geobjectiveerd zijn. Zie hiervoor onder andere de website www.engineeringnet.be.

De Rechtbank Gelderland heeft op 12 november 2013 in een verzoekschriftprocedure beslist over de aanstelling van een voorlopige deskundige in een whiplashzaak (www.letselschademagazine.nl/2013/rb-gelderland-121113). In deze procedure kwam als eerste aan de orde of de in te schakelen neuroloog zelf zou mogen beslissen of er in aanvulling op zijn rapport een neuropsycholoog zal worden geraadpleegd. De Rechtbank vond dat dit inderdaad het geval is. Daarbij wijst de Rechtbank er op voorhand overigens wel reeds op dat als bij het neurologische onderzoek niet vastgesteld kan worden dat er sprake is van medische causaliteit, dit niet betekent dat er dan ook automatisch geen juridische causaliteit aanwezig is. In dat geval kan het voor de Rechtbank wellicht toch wenselijk zijn om de klachten door een neuropsycholoog te laten onderzoeken. Er zal echter eerst afgewacht worden wat er uit het onderzoek door de neuroloog komt. De verzekeraar dient de kosten van dit deskundigenbericht overigens te betalen, ondanks dat gesteld is dat het slechts om een geringe schade gaat.

De Rechtbank Midden-Nederland oordeelt op 22 januari 2014 in een whiplashzaak over een aanhangig gemaakt kort geding (ECLI:NL:RBMNE:2014:196). Er is door het slachtoffer een aanvullend voorschot gevorderd op de verschenen schade. Tussen partijen is niet in het geschil dat enkel objectieve cognitieve beperkingen kunnen leiden tot de diagnose whiplash-associated disorder graad III. Andere klachten die door patiënten worden ervaren, maar niet neurologisch objectiveerbaar zijn, kunnen alleen de diagnose whiplash-associated disorder graad I of II rechtvaardigen en bij die diagnose hoort krachtens de geldende normen van de Neurologische Vereniging voor Neurologie geen (percentueel) functieverlies. Uit de discussie tussen partijen komt niet vast te staan dat er sprake is van een graad III whiplash. Dit zorgt ervoor dat de Voorzieningenrechter tot de conclusie komt dat daarom niet aannemelijk is dat bij het slachtoffer sprake is van blijvende letselschade in die zin, dat naar tijdsduur en intensiteit sprake is van zodanige schade dat toewijzing van een groter voorschot gerechtvaardigd is. Het verzoek tot nadere bevoorschotting wordt daarom afgewezen. 

In een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 6 februari 2014 is bepaaldwelke deskundige er in een whiplashzaak voor de beoordeling van de klachten dient te worden ingeschakeld. (www.letselschademagazine.nl/2014/rb-noord-nl-060214). Het slachtoffer geeft aan dat alleen de inschakeling van een verzekeringsarts voldoende is. De verzekeraar is van mening dat er eerst een neuroloog dient te worden ingeschakeld om de klachten te beoordelen. De Rechtbank is van oordeel dat beide partijen deugdelijk gemotiveerd hebben aangegeven waarom zij een bepaalde deskundige willen raadplegen. Er wordt daarom besloten om zowel een verzekeringsarts als een neuroloog aan te stellen en hen beiden dezelfde vragen voor te leggen. De standaard IWMD-vraagstelling wordt voorgelegd met daarbij een extra vraag over de omvang van het percentage blijvende invaliditeit gebaseerd op de IWMD-vraagstelling. 
   
De laatste uitspraak is van de Rechtbank Oost-Brabant d.d. 12 maart 2014 en gaat over de uitleg van de rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige (www.stichtingpiv.nl). Op basis van de diagnose WAD Graad I heeft de verzekeringsarts beperkingen geduid op lichamelijk gebied (o.a. zwaar tillen, duwen, trekken etc.). Er is naar het oordeel van de verzekeringsarts geen aanleiding om cognitieve beperkingen of een duurbeperking aan te nemen. De arbeidsdeskundige komt op basis van het voormelde verzekeringsgeneeskundig rapport tot de conclusie dat het ongeval niet tot arbeidsdeskundige beperkingen heeft geleid ter zake het verrichten van het werk als redactieassistente en ter zake de huishoudelijke taken. De vorderingen van verlies aan verdienvermogen en kosten voor huishoudelijke hulp worden daarom volledig afgewezen. 

 

REACTIES

Marcel | 25-05-2014
Mike, heel bizar! Te meer daar de KNGF, meestal de eerste doorverwijzing via huisarts een richtlijn heeft waarin specifiek de gradaties I t/m IV zijn ingedeeld. Gradatie III en IV "vallen buiten het bereik van de richtlijn" (maart 2001).
Het bizarre is tevens dat feitelijk in de richtlijn van de NVvN chronische pijnklachten en beperkingen die langer duren dan 3 a 6 maanden GEEN substraat (meer) hebben m.b.t. het ongeval. Vervolgonderzoek na 6 maanden is volgens NVvN volstrekt overbodig. Dat menig revalidatie-instelling de (onbekende/onbeminde)WAD III-patient de 'beruchte' en door diverse (ziektenkosten)verzekeraars gepropagandeerde CGT voorgschotelt is de volgende psychologische 'valkuil' en aanjager voor nog meer PTST.

Mike | 20-05-2014

Is het niet te bizar voor woorden, dat er voor het eerst in een uitspraak gesproken wordt over de diagnose whiplash-associated disorder graad III. Want dat erkennen ze niet hier in Nederland.

 

Vraag het ons

Heeft u vragen over whiplash of over het lidmaatschap, lees op onze contactpagina hoe u ons kunt bereiken. 

Contact opnemen

 
 

Word lid

Leden van de Whiplash Stichting ontvangen waardevolle informatie, ondersteuning en kunnen gebruik maken van de ledenvoordelen. 

Lees meer over het lidmaatschap

 

Word vrijwilliger

Als vrijwilliger hoeft u zelf niet per se een whiplash te hebben. Iedereen die kennis en ervaring wil inbrengen is welkom. 

Lees hoe u kunt bijdragen

Steun ons

Draagt u de Whiplash Stichting een warm hart toe? Steun ons dan via een donatie, de Vriendenloterij of met een gebruikte cartridge.

Lees meer over donaties