Verharding afhandeling letselschadezaken

groei

Verharding afhandeling letselschadezaken

Geplaatst op 26-08-2017  -  Categorie: Blog: advocatenblog

Als slachtoffer wordt van een verkeersongeval, dan komt er veel op iemand af. Pijnklachten die in sommige gevallen niet weggaan, niet meer kunnen werken, afhankelijk zijn van anderen voor vervoer en huishouden, zijn enkele voorbeelden. Er volgt vaak een stressvolle en onzekere periode, waarin het slachtoffer extra kwetsbaar is. Het komt het genezingsproces in zo’n geval niet ten goede als de verzekeraar ook nog ‘moeilijk doet’ over de uitbetaling van de schade. En toch komt het de laatste jaren helaas steeds vaker voor er problemen zijn bij de afwikkeling van de letselschadezaak. Verzekeraars reageren traag of helemaal niet op toegezonden brieven. Daarnaast wordt er vrijwel standaard een uitgebreide discussie gevoerd over de vraag of de klachten wel door het ongeluk zijn veroorzaakt.

 

Letselschadeadvocaten klagen al langer over de verharding bij de afwikkeling van letselschadezaken. Uit een recente enquête onder de leden van specialisatievereniging ASP blijkt dat de meerderheid van de slachtofferadvocaten steeds meer problemen ziet bij de afwikkeling van letselschadezaken. Hoe komt het toch dat verzekeraars het slachtoffers zo moeilijk maken? Waarom doet deze tendens zich juist de afgelopen jaren – tijdens de economische crisis – voor? Alvorens antwoord te geven op deze vragen wil ik graag eerst teruggaan naar de basis van de verzekeringsovereenkomst.

 

De verzekering zoals wij die heden ten dage kennen vindt zijn oorsprong in de scheepvaart rond de VOC-periode. Sindsdien heeft de verzekeringsovereenkomst een drietal kenmerken.

 

  1.  Sociale functie:
    Het eerste kenmerk van een verzekeringsovereenkomst is de sociale functie. De risico’s die een individu in het maatschappelijke verkeer loopt, worden afgewenteld op de collectiviteit. In onze goed georganiseerde Westerse maatschappij biedt een verzekering individuen zekerheid voor het geval dat één van hen narigheid overkomt. De laatste jaren is met de terugtrekkende overheid de sociale betekenis van de verzekering steeds belangrijker geworden.

  2. Vertrouwensbeginsel:
    Het tweede kenmerk van een verzekeringsovereenkomst is het vertrouwensbeginsel. De aard van de verzekering brengt met zich mee dat de verzekeraar zowel bij het sluiten van de overeenkomst als bij de verwezenlijking van een risico in hoge mate afhankelijk is van de door de verzekerde (of het slachtoffer) verschafte informatie. De verzekeraar moet vertrouwen op de juistheid van de verstrekte informatie. Een verzekeraar kan immers onmogelijk bij alle claims controleren of deze terecht worden ingediend. Op de juistheid van de verstrekte informatie kunnen vertrouwen is de basis van de verzekeringsovereenkomst.

  3. Indemniteitsbeginsel:
    Het derde kenmerk van een schadeverzekeringsovereenkomst is het indemniteitsbeginsel. Kort gezegd komt dit beginsel erop neer dat een verzekerde (of een slachtoffer) door de uitkering van een verzekeraar niet in een voordeligere positie mag komen te verkeren als waarin hij zich bevond voor het intreden van het risico. Het kan met andere woorden niet zo zijn dat een verzekerde meer uitgekeerd krijgt dan zijn schade bedraagt.

Indien er sprake is van een letselschadezaak, dan zijn deze beginselen van essentieel belang. Het is dan namelijk – enkele uitzonderingen daargelaten – niet de verzekerde zelf, maar een derde (het slachtoffer) die door de verzekeringsovereenkomst wordt ‘beschermd’. Deze bescherming is qua omvang simpel. De verzekeraar dient het slachtoffer voor zover mogelijk in de positie te brengen waarin hij verkeerde voorafgaand aan het ongeval. Indien het slachtoffer niet meer zelf het huishouden kan doen en hiervoor een huishoudster inschakelt, dan moet de verzekeraar de daarmee gepaard gaande kosten bijvoorbeeld vergoeden.

 

Dit uitgangspunt lijkt erg simpel, maar dat is het in de praktijk helaas niet. Verre van dat. De verzekeraar probeert veelvuldig om onder haar betalingsverplichting uit te komen. Zo wordt er in steeds meer zaken ‘moeilijk’ gedaan over de uitbetaling van de schadevergoeding. Door deze ontwikkeling worden de voormelde uitgangspunten van de verzekeringsovereenkomst – met name het vertrouwensbeginsel en de sociale functie – steeds vaker uit het oog verloren. Het vertrouwen van de verzekeraar in haar klanten en in het slachtoffer, is de laatste jaren tot een dieptepunt gezakt. Er is nog nooit zoveel geld uitgegeven door verzekeraars aan fraudeopsporing dan de laatste tijd.

 

Daarmee komt het indemniteitsbeginsel ten onrechte op de voorgrond te staan. Verzekeraars leggen steeds meer de nadruk op het feit dat het slachtoffer er absóluut niét beter van mag worden als er een schade-uitkering plaatsvindt. De indruk dat dit wellicht in sommige gevallen zo is, leidt ertoe dat verzekeraars in bijna alle gevallen ‘moeilijk’ doet. Daarbij slaan verzekeraars naar mijn mening veel te ver door. Het financiële belang van de verzekeraar lijkt inmiddels ver de boventoon te voeren en pas veel later komt het belang van het slachtoffer aan de orde. 

 

In de praktijk merken steeds meer slachtoffers de negatieve gevolgen hiervan. Zij voelen zich niet gehoord, niet serieus genomen en niet respectvol behandeld door de verzekeraar. Ze verkeren veelal in een financieel afhankelijk positie. De verzekeraar heeft vanaf de datum van het ongeval de macht over de portemonnee en de bestaansmiddelen van het slachtoffer in handen. Met deze macht mag niet te lichtzinnig omgegaan worden.

 

Bezuinigingen verzekeraars:

 

Eén van de oorzaken van de verharding bij afwikkeling van letselschadezaken is erin gelegen dat binnen verzekeringsmaatschappijen de financiële druk toeneemt. Ieder dubbeltje moet driemaal omgedraaid worden. Er wordt bezuinigd en op grote schaal gereorganiseerd. De werkdruk van de overgebleven collega’s wordt steeds groter. Hierdoor verzanden schadebehandelaars van verzekeraars steeds vaker tot het fungeren als doorgeefluik van de correspondentie. Adviezen van medische adviseur worden standaard zonder enig commentaar doorgezonden. En op de standpunten van slachtoffers, uitgebreide schaderapporten en andere stukken wordt veelal zeer summier of soms helemaal niet meer gereageerd. Een zorgwekkende ontwikkeling.

 

Een concreet voorbeeld: wat gebeurt er regelmatig als er een neurologische expertise plaatsvindt in een whiplashzaak? De uitkomst van een dergelijke expertise is voor wat betreft het vaststellen van de beperkingen en het blijvende invaliditeitspercentage sinds de invoering van de neurologische richtlijnen in 2007 van tevoren bekend. De neuroloog zal in zijn rapport aangeven dat er op basis van de binnen zijn doelgroep geldende richtlijnen op neurologisch gebied geen beperkingen kunnen worden aangenomen. Dit is echter ook niet het doel van een expertise. De medische causaliteit tussen de klachten en het ongeval doet bij een whiplashzaak immers niet ter zake. Het gaat om het vaststellen van de juridische causaliteit.

 

Het uiteindelijke doel van de expertise is om te kijken of de klachten reëel, niet ingebeeld en niet voorgewend zijn. Met deze informatie kan namelijk de vraag beantwoord worden of er sprake is van juridische causaliteit. Dat is voor de vraag of een slachtoffer aanspraak kan maken op een schadevergoeding van doorslaggevend belang. En dus niet of een neuroloog op basis van de richtlijnen van zijn beroepsgroep al dan niet medische causaliteit kan vaststellen. De Hoge Raad heeft in het arrest Zwolsche Algemene/De Greef in 2001 heldere uitgangspunten geformuleerd voor het vaststellen van de juridische causaliteit. Waarom het dan nog steeds voorkomt dat de verzekeraar op basis van een rapport van een neuroloog én het daarop voortbordurende advies van haar medisch adviseur zich op het standpunt stelt dat een verdere schadevergoeding niet aan de orde is, omdat er geen medische causaliteit aangenomen kan worden, is een raadsel. Veel slachtoffers hebben hier in de praktijk echter wel last van en zijn genoodzaakt onzinnige procedures te starten met een verhoging van de proceskosten tot gevolg. Sinds de invoering van de deelgeschilprocedure komen deze extra kosten overigens wel voor het overgrote deel voor rekening van de verzekeraar zelf.

 

Verzekeraars kunnen zich echter een heleboel moeite en kosten besparen door reeds vanaf het begin op een adequate wijze de schadeclaim af te handelen. Daarmee kan ook een heleboel stress en onzekerheid bij het slachtoffers bespaard blijven. Dit komt de gezondheidssituatie van het slachtoffer immers niet ten goede. Verzekeraars doen er verstandig aan zich minder op het indemniteitsbeginsel te concentreren, maar meer acht te slaan op het vertrouwensbeginsel en de sociale functie van de verzekeringsovereenkomst. Ieder slachtoffer met wantrouwen benaderen is nergens voor nodig. Een slachtoffer kiest er immers zelf niet voor om aangereden te worden!

 

Tim Bueters


 

Vraag het ons

Heeft u vragen over whiplash of over het lidmaatschap, lees op onze contactpagina hoe u ons kunt bereiken. 

Contact opnemen

 
 

Word lid

Leden van de Whiplash Stichting ontvangen waardevolle informatie, ondersteuning en kunnen gebruik maken van de ledenvoordelen. 

Lees meer over het lidmaatschap

 

Word vrijwilliger

Als vrijwilliger hoeft u zelf niet per se een whiplash te hebben. Iedereen die kennis en ervaring wil inbrengen is welkom. 

Lees hoe u kunt bijdragen

Steun ons

Draagt u de Whiplash Stichting een warm hart toe? Steun ons dan via een donatie, de Vriendenloterij of met een gebruikte cartridge.

Lees meer over donaties