DESKUNDIGENRAPPORT

groei

DESKUNDIGENRAPPORT

Geplaatst op 16-05-2012  -  Categorie: Blog: advocatenblog

De afgelopen periode zijn er meerdere uitspraken geweest over het deskundigenrapport, de uitleg hiervan en of partijen en de rechter hieraan gebonden zijn. Dat een deskundigenrapport zoveel stof doet opwaaien, is begrijpelijk indien het hieraan toegekende gewicht in een procedure in ogenschouw wordt genomen. Hieronder zal ik de rode draad uit de in de voorgaande periode gewezen jurisprudentie nader bespreken.

De eerste uitspraak van de Rechtbank Amsterdam d.d. 28-3-2012 (LJN BW1394) gaat over de uitleg van een deskundigenrapport. Een expertiserend neuroloog heeft in een rapport laten weten dat op basis van de MRI-scan geen hersenbeschadiging is te vinden en dat daarom zowel op basis van de nieuwe neurologische richtlijnen als op basis van de AMA-guides slechts 0 % BI (blijvende invaliditeit) geduid kan worden. Hij beschrijft weliswaar vervolgens uitvoerig de beperkingen, maar concludeert uiteindelijk dat vanwege het niet aantoonbaar zijn van het hersenletsel een rechtstreeks causaal verband met het ongeval niet kan worden aangenomen. De Rechtbank denkt hier echter anders over en vindt dat het rapport van de neuroloog voldoende onderbouwing biedt voor het feit dat de klachten objectiveerbaar, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. Dat volgens een deskundige het medisch causaal verband ontbreekt, wil naar de mening van de Rechtbank echter nog niet automatisch zeggen dat dan ook het juridische causale verband niet aanwezig is. Indien een slachtoffer aangetoond heeft dat zijn klachten in subjectieve en juridische zin bestaan, kunnen aan het bewijs van het causale verband niet al te hoge eisen worden gesteld, in die zin dat het ontbreken van een specifieke, medisch aantoonbare verklaring voor de klachten er niet aan in de weg hoeft te staan dat de aanwezigheid van oorzakelijk verband wordt aangenomen. Indien komt vast te staan dat het slachtoffer de klachten voor het ongeval niet had, de gezondheidsklachten op zichzelf door het ongeval veroorzaakt kunnen zijn en een alternatieve verklaring voor de gezondheidsklachten ontbreekt, zal het bewijs voor het causale verband veelal geleverd zijn. In dit geval vindt de Rechtbank alvorens de conclusie te nemen eerst nog aanvullende vragen aan de deskundige op basis van de huisartsgegevens van voor het ongeval noodzakelijk. Kennelijk wil de Rechtbank hiermee uitsluiten dat soortgelijke gezondheidsklachten voor het ongeval ook al bestonden.

In een tweede uitspraak van de Rechtbank Arnhem d.d. 7-3-2012 (LJN BV9094) is een beslissing genomen naar aanleiding van een groot aantal bezwaren van een verzekeraar tegen een deskundigenrapport. De Rechtbank bepaalt dat het rapport van de deskundige op een inzichtelijke en transparante wijze uiteenzet hoe de ingeschakelde neuropsycholoog onderzoek heeft gedaan, welk onderzoek is verricht en tot welke uitkomsten dit onderzoek heeft geleid. De bevindingen en conclusies zijn door de deskundige vervolgens voldoende gemotiveerd. Daarom worden de bezwaren van de verzekeraar niet gehonoreerd en zal er een verzekeringsarts worden benoemd om een belastbaarheidprofiel op te stellen.

In een uitspraak van 2-2-2012 (LJN BV8484) wordt door de Rechtbank Amsterdam een verzoek tot voorlopig deskundigenbericht van een whiplashslachtoffer afgewezen. De Rechtbank werd verzocht een arbeidsdeskundige en een verzekeringsarts aan te stellen om de gevolgen van een ongeval nader in kaart te brengen. De verzekeraar had echter gemotiveerd betwist dat er causaal verband tussen de klachten en het ongeval kon worden aangenomen op basis van het rapport van de ingeschakelde deskundige. De Rechtbank ging hierin mee en achtte het verzoek tot voorlopig deskundigenbericht te prematuur ingediend. Er zal eerst meer duidelijkheid over het causale verband verkregen moeten worden, zodat het verzoek wordt afgewezen en het slachtoffer in de proceskosten wordt veroordeeld. 

Een andere route genomen bij de Rechtbank Amsterdam op 26-1-2012 (LJN BV8485) blijkt eveneens niet succesvol te zijn. In deze zaak werd door een whiplashslachtoffer een tussenstap ingelast door eerst in een deelgeschilprocedure aan de Rechtbank te vragen of op basis van een deskundigenrapport causaal verband tussen het ongeval en de ervaren klachten en beperkingen kon worden aangenomen. De verzekeraar - toevallig ook London - betwistte de aanwezigheid van dit causale verband en had ondertussen zelf ook een verzoek tot voorlopig deskundigenbericht bij de Rechtbank ingediend. De Rechtbank bepaalt als eerste in algemene bewoordingen waar een deugdelijk deskundigenrapportaan moet voldoen. Een dergelijk rapport dient antwoord te geven op de vraag naar de medische klachten en beperkingen en de medische causaliteit met het ongeval, op een zodanige begrijpelijke wijze dat de Rechtbank aan de hand daarvan een juridisch oordeel kan vellen. De deskundige is vervolgens wel vrij in de wijze waarop hij zijn onderzoek inricht. Zijn rapport dient deugdelijk gemotiveerd te zijn, wat onder andere inhoudt dat de deskundige inzichtelijk maakt hoe hij tot zijn oordeel is gekomen en hoe zijn oordeel zich verhoudt tot de gebruikelijke zienswijzen en richtlijnen binnen zijn beroepsgroep, alsmede dat hij een eventuele afwijking daarvan deugdelijk motiveert. Indien een deskundigenbericht dat is uitgebracht op verzoek van de Rechtbank op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de conclusies van de deskundige deugdelijk zijn onderbouwd en voortvloeien uit de door hem in het rapport vermelde gegevens, zal de Rechtbank het oordeel van de deskundige, die juist vanwege zijn specifieke deskundigheid op het terrein van het onderzoek is benoemd, niet snel naast zich neerleggen. Van de partij die een dergelijk deskundigenbericht bekritiseerd, mag verlangd worden dat hij zijn stellingen deugdelijk onderbouwt, bijvoorbeeld door een rapport van een andere deskundige in het geding te brengen, waarin de conclusies van de door de Rechtbank benoemde deskundige op overtuigende wijze worden weersproken. In dat geval zullen er zwaarwegende en steekhoudende bezwaren aangaande de wijze van totstandkoming of de inhoud van het deskundigenbericht moeten zijn, wil de Rechtban besluiten dat zij een dergelijk bericht naast zich neerlegt. De Rechtbank is van mening dat de expertiserend neuroloog in de onderhavige situatie in zijn verslag de klachten niet voldoende heeft geobjectiveerd, zodat beoordeeld kan worden of de klachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. Het causale verband kan daarom op basis van het onderhavige deskundigenrapport niet aangenomen worden. Het rapport kan daarom niet gebruikt worden voor de verdere afwikkeling van de schade.

Het laatste voorbeeld uit de jurisprudentie van de Rechtbank Amsterdam van 15 december 2011 (LJN BV8486) gaat over de vraag wanneer een verzoek totdeskundigenbericht dient te worden gehonoreerd. De Rechtbank bepaalt dat een deskundigenonderzoek in beginsel wordt gelast als verzoeker hiermee de mogelijkheid wordt verschaft aan de hand van het uit te brengen rapport zekerheid te verkrijgen over de voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden, waardoor hij zijn procespositie beter kan beoordelen. Dit is slechts anders als de Rechtbank van oordeel is dat het verzoek in strijd is met de goede procesorde, dat misbruik wordt gemaakt van de bevoegdheid door toepassing van dit middel te verlangen of dat een onderzoek moet afstuiten op een ander zwaarwichtig belang. De Rechtbank acht dergelijke omstandigheden niet aanwezig en benoemt ondanks de bezwaren van de verzekeraar toch de voorgestelde deskundige.

Ook nog verschenen in de voorgaande periode zijn de navolgende uitspraken:

• Rechtbank Den Haag d.d. 8-3-2012 (LJN BW 0709): vraag over de uitleg van eendeskundigenrapport in een deelgeschilprocedure. Het causale verband tussen de klachten en beperkingen en het ongeval wordt door de Rechtbank aangenomen.

• Rechtbank Den Bosch d.d. 28-3-2012 (LJN BW0031): een verzoek tot schadevergoeding voor verlies aan verdienvermogen wordt door de Rechtbank afgewezen, omdat door de advocaat van het slachtoffer ten onrechte in de processtukken en tijdens de comparitie geen standpunt is ingenomen over de omvang van het hypothetisch inkomen. De Rechtbank concludeert weliswaar dat het aannemelijk is dat er verlies aan verdienvermogen is geleden, maar dat omdat er door de advocaat van het slachtoffer geen werkbare uitgangspunten voor de berekening van dit verlies aan verdienvermogen zijn geformuleerd de vordering dient te worden afgewezen.

• Rechtbank Breda d.d. 4-4-2012 (LJN BW1032): een slachtoffer had samen met zijn echtgenote een VOF. Beiden hadden aanspraak op een aandeel van 50 % in de winst. De verzekeraar stelt zich op het standpunt dat het niet uitmaakt welk inkomen er zou zijn genoten na het ongeval, omdat dit uiteindelijk toch allemaal in de gemeenschap zou zijn gevloeid. Dit verweer wordt door de Rechtbank echter niet gehonoreerd, omdat dit afbreuk doet aan het persoonlijke karakter van de schadevergoeding. Met betrekking tot de keuzes na het ongeval over de verdeling van de winst dient wel geabstraheerd te worden, omdat de echtgenoten deze keuzes zelf konden maken. De schade wordt daarom uiteindelijk begroot aan de hand van de kosten voor een vervangende kracht en komt boven het maximaal verzekerde bedrag uit. De buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente worden nog wel bovenop dit maximaal verzekerde bedrag vergoed.


 

Vraag het ons

Heeft u vragen over whiplash of over het lidmaatschap, lees op onze contactpagina hoe u ons kunt bereiken. 

Contact opnemen

 
 

Word lid

Leden van de Whiplash Stichting ontvangen waardevolle informatie, ondersteuning en kunnen gebruik maken van de ledenvoordelen. 

Lees meer over het lidmaatschap

 

Word vrijwilliger

Als vrijwilliger hoeft u zelf niet per se een whiplash te hebben. Iedereen die kennis en ervaring wil inbrengen is welkom. 

Lees hoe u kunt bijdragen

Steun ons

Draagt u de Whiplash Stichting een warm hart toe? Steun ons dan via een donatie, de Vriendenloterij of met een gebruikte cartridge.

Lees meer over donaties