WHIPLASH, CAUSAAL VERBAND EN DE OMKERINGSREGEL DD DECEMBER 2012

groei

WHIPLASH, CAUSAAL VERBAND EN DE OMKERINGSREGEL DD DECEMBER 2012

Geplaatst op 04-02-2013  -  Categorie: Blog: advocatenblog

Hierbij de laatste column van dit jaar over de jurisprudentie op het gebied van whiplash over het laatste kwartaal van 2012. In deze column zal er wederom veel aandacht zijn voor hetgeen de Hoge Raad heeft bepaald omtrent het begrip causaal verband. Het is de verwachting dat ook in 2013 in de lagere rechtspraak, met name in deelgeschilprocedures, de ingezette koers voor het aannemen van causaal verband in whiplashzaken aangescherpt zal worden. Hopelijk zal dit er (verder) toe leiden dat door de Rechtbanken in het land één koers gevolgd zal gaan worden op dit gebied, zodat het in 2013 niet meer uitmaakt bij welke Rechtbank men een whiplashzaak aanbrengt.

De eerste uitspraak is van de Rechtbank Utrecht van 28 maart 2012 (LJN BX 5660). In deze uitspraak wordt bepaald dat causaal verband niet aangenomen kan worden louter en alleen op basis van informatie van de behandelende sector. In deze zaak is er geen neurologische informatie aanwezig. De Rechtbank bepaalt dat dit nog steeds de meest aangewezen specialist is om een oordeel te geven over het causaal verband tussen een ongeval en daarbij opgelopen nek- en rugklachten. Verder geeft de Rechtbank aan dat het verzoek tot het aanstellen van een deskundige in beginsel buiten het toepassingsbereik van de deelgeschilprocedure valt. Daarbij is van doorslaggevend belang dat de deelgeschilprocedure blijkens de wetsgeschiedenis een aanvulling vormt op de reeds bestaande procesrechtelijke instrumenten (zoals bijvoorbeeld het voorlopig deskundigenbericht), aldus de Rechtbank Utrecht.

De Rechtbank Utrecht heeft op 27 juni 2012 een tweede uitspraak gedaan (LJN 5657), waarin de inmiddels in de lagere rechtspraak veel gevolgde leer over het verschil tussen het juridische en medische causaal verband uiteengezet wordt. De overweging van de Rechtbank houdt in dat een achterop aanrijding niet zelden leidt tot het ontstaan van whiplashklachten. Aan het bewijs van het bestaan van deze klachten kunnen geen al te hoge eisen worden gesteld. Inherent aan dergelijke klachten is immers dat deze moeilijk objectiveerbaar zijn, omdat bij deze klachten veelal een medisch, neurologisch substraat ontbreekt. Dit klemt temeer daar de neuroloog conform de nieuwe NVVN richtlijnen bij gebreke van een medisch substraat aan whiplashklachten geen mate van functieverlies en beperkingen meer zal/kan toeschrijven. De klachten hebben weliswaar een subjectief karakter, maar gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is niet vereist dat de klachten met gebruikmaking van in de reguliere gezondheidszorg algemeen aanvaarde onderzoeksmethoden en overeenkomstig door de desbetreffende medische vakgroep vastgestelde standaarden en richtlijnen objectief worden vastgesteld. Indien komt vast te staan dat het slachtoffer voor het ongeval de gezondheidsklachten niet had, de gezondheidsklachten op zich door het ongeval veroorzaakt kunnen worden en een alternatieve verklaring voor de gezondheidsklachten ontbreekt, zal het bewijs van het oorzakelijke verband daarmee veelal geleverd zijn.

Een derde uitspraak van de Rechtbank Utrecht is van 22 augustus 2012 (LJN BX6456) en gaat eveneens over het causaal verband. Ook in deze uitspraak redeneert de Rechtbank dat er sprake is van whiplashklachten, die niet zelden ontstaan na een auto-ongeval. Inherent aan dit soort klachten is dat ze moeilijk objectiveerbaar zijn juist omdat bij deze klachten veelal een medisch (neurologisch) substraat ontbreekt. Aan het bewijs van dit soort klachten kunnen daarom geen al te hoge eisen worden gesteld. Het is dan ook voldoende dat het bestaan van de subjectief beleefde klachten objectief vastgesteld kan worden. Daarvoor dienen de klachten reëel te zijn, dat wil zeggen niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven. Indien de klachten vast komen te staan, dan kan aan het bewijs van het causaal verband tussen de klachten en het ongeval evenmin al te hoge eisen worden gesteld. Indien voor het ongeval de klachten niet bestonden, de klachten op zich door het ongeval veroorzaakt kunnen worden en een alternatieve verklaring door de gezondheidsklachten ontbreekt, zal het bewijs van het oorzakelijke verband daarmee veelal geleverd zijn. Het feit dat een slachtoffer een periode weer meer dan fulltime is gaan werken, wil op zichzelf niet zeggen dat hij geen klachten meer heeft. Daarbij moet ook de persoonlijkheid van het slachtoffer in aanmerking worden genomen, die geneigd is tot schade van zijn gezondheid door te werken.

Vervolgens is op 21 september 2012 tevens een uitspraak door de Hoge Raad gedaan over het causaal verband en de omkeringsregel bij whiplash (LJN BX0734). De Rechtbank Amsterdam had een groot gedeelte van de vordering van een slachtoffer met whiplash afgewezen, omdat het causale verband met het ongeval zou ontbreken. Het Gerechtshof sluit zich hierbij aan, omdat het causale verband van de vermoeidheidsklachten met het ongeval niet aangetoond kon worden. In cassatie werd een beroep gedaan op de omkeringsregel. Voor het aannemen van deze omkeringsregel moet aan drie voorwaarden voldaan zijn: een norm moet geschonden zijn, die strekt ter voorkoming van een specifiek gevaar ter zake van het ontstaan van schade, het ontstaan van dit gevaar moet door de normschending in het algemeen worden vergroot en dit gevaar moet zich ook daadwerkelijk hebben verwezenlijkt. In deze casus stond het causaal verband tussen de normschending (een overtreden verkeersnorm) en het verwezenlijkte gevaar (het ongeval zelf) vast. Wat partijen echter verdeeld hield in deze zaak was of de geconstateerde vermoeidheidsverschijnselen een nadelige uitwerking zouden hebben op het arbeidsvermogen en daarmee de verdiencapaciteit. In dat geval kan volgens de Hoge Raad niet teruggevallen worden op de algemene omkeringsregel. Deze geldt immers niet bij de vaststelling van de omvang van de schade.

De Rechtbank Den Haag heeft op 17 augustus 2012 een uitspraak gedaan over causaal verband bij whiplash (LJN BX7791). Ook hier stelt de Rechtbank dat inherent aan whiplashklachten is dat deze klachten moeilijk objectiveerbaar zijn, omdat bij deze klachten een anatomisch substraat ontbreekt. Dit betekent echter niet dat het bewijs van het (in juridische zin) bestaan van de klachten niet geleverd kan worden. Voor het bewijs van de klachten is voldoende dat het objectief vastgesteld kan worden, dat zij aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. Met betrekking tot de rugklachten is van belang dat er al eerder dergelijke klachten aanwezig waren. De Rechtbank bepaalt dat deze eerdere klachten alleen van belang zijn in het kader van een mogelijke predispositie. Een dergelijke predispositie doorbreekt het causaal verband echter niet. Volgens vaste jurisprudentie geldt immers dat wanneer een norm geschonden is die de strekking heeft om te beschermen tegen het ontstaan van letsel, zoals in het onderhavige geval, en het letsel is ontstaan, ook de gevolgen die zijn terug te voeren op een bijzondere lichamelijke of geestelijke zwakheid van de benadeelde aan de aansprakelijke partij worden toegerekend. Een predispositie heeft daarmee alleen invloed op de looptijd van de schadevergoedingsverplichting van de aansprakelijke partij.

Een andere uitspraak over rugklachten bij een achteropaanrijding is door de Rechtbank Arnhem gedaan op 12 september 2012 (LJN BX8738). Om causaal verband tussen rugklachten en een ongeval aan te nemen dient er op basis van de medische literatuur voldaan te zijn aan drie voorwaarden: er moet sprake zijn van afwezigheid van pre-existente klachten, de klachten moeten (vrijwel) direct na het ongeval optreden en er moet sprake zijn van een zogenaamd adequaat trauma, waarbij onverwachte en hevige uitwendige klachten werden uitgeoefend op de rug. Er is geen einduitspraak in de zaak gedaan, omdat de zaak door de Rechtbank terugverwezen is naar de rol om het medisch dossier in het geding te brengen.

Op 26 september 2012 heeft de Rechtbank Almelo een uitspraak gedaan over het verschil tussen een letselschadezaak tegen een WAM-verzekeraar en een SVI verzekering (LJN BX9253). In deze uitspraak speelt de vraag of depressieve klachten in causaal verband tot een ongeval staan en of deze klachten beperkingen met zich meebrengen. Het is een vordering op basis van een SVI-verzekering. In de polisvoorwaarden van deze verzekering staat dat er sprake moet zijn van medisch vast te stellen letsel, dat als rechtstreeks gevolg tot een overkomen ongeval staat. De Rechtbank bepaalt dat het adagium uit letselschadezaken dat de dader een slachtoffer dient te nemen zoals hij is niet per definitief geldt bij een beroep op een SVI-verzekering, omdat daarvoor de polisvoorwaarden ook van belang zijn. Uiteindelijk komt de Rechtbank tot de conclusie dat de depressieve klachten tot aan het moment van dagvaarden wel een beperking oplevert die in causaal verband tot het ongeval staat, maar dat voor de toekomst niet aangenomen kan worden dat aan het vereiste uit de polisvoorwaarden is voldaan om dekking te bieden.

Een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam is van 10 oktober 2012 (LJN BX9800) en ziet op pre-existente klachten en het niet doorbreken hierdoor van het causale verband. Als eerste komt de Rechtbank tot een soortgelijke redenering als hierboven is beschreven over de subjectieve aard van de klachten en het niet in de weg staan aan het aannemen van causaal verband. Het slachtoffer had echter voorafgaand aan het ongeval last van hyperventilatie en stress, wat eventueel ook hoofdpijn en nekpijn zou kunnen veroorzaken. Het uitgangspunt hierbij is echter dat ook klachten die een indirect gevolg zijn van het ongeval en die eventueel samenhangen met pre-existente klachten en/of een persoonlijkheidsstructuur van het slachtoffer veelal aan de aansprakelijk partij kunnen worden toegerekend. Uitgangspunt is dat de verzekeraar het slachtoffer dient te nemen zoals hij is, dus inclusief de pre-existente kwetsbaarheid. Dit is slechts anders indien een slachtoffer mede in aanmerking genomen zijn persoonlijkheidsstructuur zich onvoldoende inspant om een bijdrage te leveren aan het herstelproces.

De Rechtbank Arnhem heeft op 26 september 2012 nog een uitspraak gedaan over het niet kunnen aannemen van concentratie- en geheugenstoornissen (LJN BX9305). De deskundige geeft aan dat hij op psychisch gebied geen afwijkingen kan vaststellen en dat het cognitief functioneren volledig intact lijkt. De Rechtbank concludeert dat de deskundige tot de conclusie komt dat er geen cognitieve klachten aanwezig zijn, zodat de discussie over het al dan niet onderpresteren niet meer relevant is. Het bestaan van de klachten is niet vastgesteld, zodat er ook geen causaal verband met het ongeval aangenomen kan worden.

Het Gerechtshof Leeuwarden heeft een arrest gewezen op 9 oktober 2012 (LJN BX9658) over subjectieve klachten. Het is aan de rechter om aan de hand van de bevindingen van de medisch deskundige antwoorden te vinden op de vraag of het bestaan van de klachten bewezen is en of het relevante juridisch-causaal verband tussen de klachten en het ongeval vaststaat. Het slachtoffer moet bewijzen dat de klachten bestaan, maar het feit dat het om klachten gaat die naar hun aard subjectief zijn, betekent niet dat het bewijs ervan niet geleverd kan worden. Wanneer vastgesteld kan worden dat het klachtenpatroon plausibel is, hetgeen doorgaans het geval is bij een consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten, kan van het bestaan van dergelijke subjectieve klachten uitgegaan worden. Aan het bewijs van het oorzakelijk verband tussen het ongeval en deze klachten kunnen vervolgens geen al te hoge eisen worden gesteld. Het ontbreken van specifieke, medisch aantoonbare verklaring voor de klachten staat niet in de weg aan het oordeel dat het bewijs van het oorzakelijke verband geleverd is. Indien vast komt te staan dat het slachtoffer de klachten voor het ongeval niet had, de klachten op zich door het ongeval veroorzaakt kunnen worden en een alternatieve verklaring ontbreekt, zal het bewijs van het oorzakelijke verband daarmee veelal geleverd zijn. Het enkele feit dat het voortbestaan van de subjectieve gezondheidsklachten het gevolg is van somatiseren door de benadeelde, betekent niet dat het causaal verband tussen de klachten en het ongeval dan ontbreekt. De vaste rechtspraak van de Hoge Raad laat immers zien dat bij een onrechtmatige daad vanwege overtreding van een verkeers-of veiligheidsnorm waardoor letsel ontstaat, rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid van ernstige gevolgen, hoe die zich ook in het concrete geval voordoen, en dat het enkele feit dat deze gevolgen niet in de normale lijn der verwachting liggen niet aan toekenning van deze gevolgen aan de onrechtmatige daad in de weg staat. Dat na een ongeval door somatiseren klachten ontstaan, verergeren of voortbestaan betekent dan ook niet zonder meer dat van (juridisch relevant) causaal verband tussen de klachten en het ongeval geen sprake meer is. Dat is anders wanneer het slachtoffer van het somatiseren in redelijkheid een verwijt kan worden gemaakt of wanneer, gelet op de psychische constitutie van het slachtoffer, ook zonder het ongeval door somatiseren vergelijkbare gezondheidsklachten zouden zijn ontstaan.

Een laatste uitspraak is van de Rechtbank Zutphen d.d. 25 oktober 2012 (LJN BY1386) en gaat over het feit dat een verzekeringsarts beperkingen moet vaststellen. De Rechtbank herhaalt als eerste de voormelde riedel over subjectieve klachten en komt dan tot de conclusie dat ook aan substraatloze/subjectief klachten relevante beperkingen kunnen worden gekoppeld. Het moet dan wel plausible zijn dat er van beperkingen sprake is. Dit zal soms uit de aard van de klachten voortvloeien. Het is aan de deskundige om hier een oordeel over te geven. Een verzekeringsarts is daarbij de meest voor de hand liggende deskundige.

 

 

REACTIES

guldie | 18-05-2013

Vraag. Ik ben nu vier jaar bezig met mijn whiplash zaak.Ik heb twee keer een revalidatie proces doorlopen, helaas zonder resultaat. Ik heb daar verschillende rapporten over.Ik heb ook verschillende raporten van pshychiaters. Ik ben door de hoogstraat doorverwezen naar Arts Vente in alfen ad rijn.Die stelde een grote fixatie-disparatie vast, waardoor ik mijn werk als taxi-ondernemer niet meer kan uitvoeren. Aldus medisch raport van Arts-wetenschapper Vente.Mijn Huisarts stelt in een rapport aan advocaat janse, dat de conclusie van Neuroloog Van den Doel, Niet overeen komt, met mijn Medisch verleden, en dat ik van een volledig arbeidsgeschikte man voor het ongeval in 2009 volledigarbeids ongeschikt is geraakt sinds het ongeval.Mijn advocaat .

 

Vraag het ons

Heeft u vragen over whiplash of over het lidmaatschap, lees op onze contactpagina hoe u ons kunt bereiken. 

Contact opnemen

 
 

Word lid

Leden van de Whiplash Stichting ontvangen waardevolle informatie, ondersteuning en kunnen gebruik maken van de ledenvoordelen. 

Lees meer over het lidmaatschap

 

Word vrijwilliger

Als vrijwilliger hoeft u zelf niet per se een whiplash te hebben. Iedereen die kennis en ervaring wil inbrengen is welkom. 

Lees hoe u kunt bijdragen

Steun ons

Draagt u de Whiplash Stichting een warm hart toe? Steun ons dan via een donatie, de Vriendenloterij of met een gebruikte cartridge.

Lees meer over donaties