WHIPLASHJURISPRUDENTIE DD NOVEMBER 2012

groei

WHIPLASHJURISPRUDENTIE DD NOVEMBER 2012

Geplaatst op 12-11-2012  -  Categorie: Blog: advocatenblog

In de afgelopen periode is wederom een groot aantal uitspraken gedaan op het gebied van whiplash. Daarbij wordt consequent de leer uit de Hoge Raad-uitspraak Zwolsche Algemene/De Greef toegepast. De in dit arrest gegeven criteria worden onder andere door de Rechtbank Amsterdam uitgebreid met een redenering op basis waarvan het huisartsenjournaal van voor het ongeval door het slachtoffer in het geding gebracht dient te worden. Dit is aldus de Rechtbank relevant om de objectiviteit van de subjectief ervaren klachten vast te stellen. Verderop in deze blog zal deze uitspraak van 28 maart 2012 nader besproken worden.

De eerste uitspraak van de Rechtbank Amsterdam d.d. 2 februari 2012 (LJN BV8484) gaat over de afwijzing van de aanvraag van een voorlopig deskundigenbericht om een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige aan te stellen. Een expertiserend orthopedisch chirurg heeft aangegeven dat er wel degelijk klachten en beperkingen aanwezig zijn die verband houden met het ongeval, maar dat er op zijn vakgebied geen beperkingen aanwezig zijn. De beperkingen betreffen kennelijk vooral neuropsychologische klachten. De Rechtbank stelt voorop dat een rapportage door een verzekeringsarts pas dan in de rede ligt indien en voor zover de medische klachten en beperkingen, alsmede de causaliteit tussen deze klachten en beperkingen en het ongeval vast staan. Indien verzoeker het standpunt inneemt dat de verzekeringsarts de medische beperkingen zou kunnen vaststellen, wordt hij daarin niet gevolgd. Het is immers aan de medische deskundigen om de klachten en beperkingen als gevolg van een ongeval in kaart te brengen. Nu London inhoudelijk commentaar heeft op het rapport van de orthopedisch chirurg, zal er eerst een bodemprocedure gestart moeten worden om duidelijkheid te verkrijgen over de aard en omvang van de klachten en beperkingen. Het verzoek tot aanstelling van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige als deskundigen wordt dan ook afgewezen, dit verzoek wordt door de Rechtbank als te prematuur beschouwd.

In een deelgeschilprocedure van 26 januari 2012 heeft de Rechtbank Amsterdam het volgende bepaald (LJN BV8485). De verzoeker vraagt een verklaring voor recht voor wat betreft het causale verband, alsmede voor het feit dat het deskundigenbericht van de ingeschakelde neuroloog als uitgangspunt zal moeten gelden voor het bepalen van de omvang van de schade. Volgens de ingeschakelde neuroloog is er sprake van een whiplash syndroom WAD II. De Rechtbank stelt zich echter op het standpunt dat de klachten onvoldoende medisch geobjectiveerd zouden zijn in het rapport. Dit is naar de mening van de Rechtbank wel essentieel om te bepalen of de klachten reëel, niet ingebeeld, niet overdreven en niet voorgewend zijn. De conclusie van de deskundige dat er sprake is van Whiplash graad II volgt naar de mening van de Rechtbank niet zondermeer uit de beschreven klachten. Het verzoek wordt daarom dan ook afgewezen. Het komt niet vaak voor dat de Rechtbank op de stoel van een deskundige gaat zitten en diens oordeel corrigeert. Hier echter dus wel.

In een derde uitspraak van 15 december 2011 geeft de Rechtbank Amsterdam een oordeel over een verzoek tot aanstelling van een psychiater als deskundige (LJN BV8486). Een eerder ingeschakelde neuroloog vond geen aanwijzingen voor een gestoorde functie van de centrale wervelkolom, waardoor de diagnose whiplash niet gesteld kon worden, aldus deze deskundige. Het slachtoffer heeft daarop verzocht een psychiater als deskundige aan te stellen. De verzekeraar verzet zich hiertegen. Dat uit de stukken en eerdere onderzoeken niet blijkt van psychische afwijkingen, betekent naar het oordeel van de Rechtbank echter niet dat hier dan per definitie geen sprake van kan zijn. Het verzoek wordt toegewezen.

In een andere uitspraak van 8 maart 2012 wordt de Rechtbank Den Haag in eendeelgeschil gevraagd om een uitleg te geven van een neurologisch deskundigenbericht (LJN BW0709). De Rechtbank stelt als eerste voorop dat bij whiplashklachten, die naar hun aard subjectief van aard zijn, voor het bewijs dat de klachten bestaan voldoende is dat objectief vastgesteld kan worden dat deze aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. Dit volgt naar het oordeel van de Rechtbank voldoende uit het rapport van de neuroloog.

Dat een slachtoffer wel voldoende moet stellen bij het indienen van een verzoek tot schadevergoeding, blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Den Bosch van 28 maart 2012 (LJN BW0031). In deze zaak was vastgesteld dat er cognitieve klachten waren als gevolg van het ongeval, waardoor het slachtoffer slechts belastbaar was voor een functie op LBO/laag MBO-niveau. Dit was beneden het intelligentie en opleidingsniveau dat hij voorafgaand aan het ongeval had. Tijdens de zitting en ook daarvoor kon de raadsman van het slachtoffer echter kennelijk niet aangegeven wat het inkomen op MBO-niveau zou zijn geweest. Ook de overige uitgangspunten voor de berekening van het verlies aan verdienvermogen konden niet bepaald worden. Ondanks het feit dat de Rechtbank aanneemt dat er sprake is van enig VAV wordt de vordering bij gebrek aan onderbouwing toch afgewezen. Datzelfde geldt voor de huishoudelijke hulp en het verlies aan zelfwerkzaamheid.

Dan de in de aanhef van deze blog besproken uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 28 maart 2012 (LJN BW1394). In deze uitspraak is zoals aangegeven een oordeel gegeven over de noodzaak tot het overleggen van het huisartsenjournaal van voor het ongeval. Door een deskundige is op verzoek van de verzekeraar een nieuwe MRI gemaakt tijdens het deskundigenonderzoek. Op basis hiervan komt hij tot de conclusie dat er toch sprake is van een commotio cerebri in plaats van een contusio cerebri. De Rechtbank ziet geen reden om aan dit (herziene) oordeel te twijfelen en maakt het tot het hare. Een neuropsycholoog had in een eerder rapport al eerder beperkingen geduid. Dit was echter gebeurd voor de voormelde herziene conclusie van de neuroloog. In het uiteindelijke neurologisch rapport bepaalt de deskundige dat ook al zijn de beperkingen in aansluiting aan het ongeval ontstaan, ze niet als rechtstreeks ongevalsgevolg kunnen worden beschouwd. Dit omdat er geen sprake is van een anatomisch aantoonbaar hersenletsel. De Rechtbank stelt zich aan de hand van dit rapport echter op het standpunt dat de afwezigheid van anatomisch aantoonbaar hersenletsel niet meebrengt dat er dan ook per definitie geen juridisch causaal verband aanwezig zou zijn. De klachten zijn blijkens het rapport van de neuroloog immers naar hun aard subjectief. Niettemin is echter wel objectief vastgesteld dat ze aanwezig, reëel, niet ingebeeld, voorgewend of overdreven zijn. Aan het bewijs van het oorzakelijke verband met het ongeval kunnen geen al te hoge eisen worden gesteld, in die zin dat het ontbreken van een specifieke, medisch aantoonbare verklaring voor de klachten niet in de weg staat aan het oordeel dat het bewijs van oorzakelijk verband is geleverd. Indien vast komt te staan dat de verklaring voor de klachten ontbreekt, zal het bewijs van het oorzakelijke verband tussen de klachten en het ongeval veelal geleverd zijn. Tot zover volgt de Rechtbank de leer in de jurisprudentie van de Hoge Raad. In plaats van het causaal verband op basis van het vorenstaande direct aan te nemen, vervolgt de Rechtbank echter door aan te geven dat indien vast komt te staan dat de benadeelde de gezondheidsklachten niet had voor het ongeval, en er ook geen alternatieve verklaring voor de klachten gegeven kan worden, dat dan het oorzakelijke verband aangenomen dient te worden. Om dit adequaat te kunnen onderzoeken wil de Rechtbank graag het huisartsenjournaal van voor het ongeval ontvangen.

In een uitspraak van 11 april 2012 is er ten overstaan van de Rechtbank een discussiegevoerd over de gevolgen van een ongeval (LJN BW4910). Het gaat met name over de cognitieve klachten waar aldus de ingeschakelde deskundige geen neurologisch substraat voor aanwezig is. Voor de beoordeling van de juridische causaliteit is dit echter niet relevant aldus de Rechtbank. Er wordt een neuropsycholoog aangesteld om verder onderzoek te doen naar de gestelde cognitieve klachten.

Een uitspraak van de Rechtbank Maastricht van 1 maart 2012 gaat over de situatie waarin de verzekeraar niet reageert op een deskundigenrapport totdat het slachtoffer uiteindelijk drie jaar later een procedure begint (LJN BW 4587). De Rechtbank is van mening dat het niet aangaat dat Reaal 3 jaar na de rapportage nog verzocht om aanvullende vragen. Door niet eerder te reageren heeft de verzekeraar haar rechten verwerkt. Daarbij is van belang dat Reaal een professionele partij is, die op de hoogte moet zijn van het belang van een tijdige reactie. De rapporten dienen in de procedure dan ook in deze vorm als uitgangspunt genomen te worden.

Een andere uitspraak is van de Rechtbank Rotterdam van 4 juli 2012 (LJN BX0122). De uitspraak gaat over de causaliteit tussen bepaalde klachten en het ongeval. Als eerste bepaalt de Rechtbank ook in deze uitspraak dat het inherent aan whiplashklachten is dat deze moeilijk objectiveerbaar zijn, omdat een anatomisch substraat ontbreekt, dat wil zeggen dat de klachten veelal niet aangetoond kunnen worden op medisch beeldmateriaal. Enige objectivering is echter wel vereist. Daarbij is voldoende dat bij een zorgvuldige beoordeling van alle informatie vastgesteld kan worden dat de klachten reëel, niet ingebeeld en niet overdreven zijn. Het rapport van de zenuwarts in deze zaak is echter niet zorgvuldig tot stand gekomen, aldus de Rechtbank. Allianz heeft in reactie op het conceptrapport destijds namelijk diverse vragen gesteld, waar echter door de deskundige ondanks diverse sommaties niet op gereageerd is. Hieruit volgt dat de waarde van het rapport van de zenuwarts beperkt is, aldus de Rechtbank. Er is een periode geweest voorafgaand aan het ongeval waarin het slachtoffer vanwege psychische klachten partieel arbeidsongeschikt was. In de medische informatie is er diverse informatie aanwezig. De Rechtbank concludeert op basis hiervan dat de verzoeker niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat als gevolg van het ongeval klachten en beperkingen zijn opgetreden. Dit kan niet op basis van de voorhanden zijnde deskundigenberichten geconcludeerd worden.

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 12 juni 2012 een arrest gewezen (LJN BW8085). Er is sprake van een neurologisch deskundigenrapport, waarin is bepaald dat er geen neurologische verklaring geboden kan worden voor de grote hoeveelheid door het slachtoffer aangegeven klachten. Het Hof stelt vervolgens dat dit niet per definitie leidinggevend is, omdat voldoende is dat de subjectieve klachten objectief vastgesteld kunnen worden. Door middel van het rechercherapport met beeldmateriaal van het slachtoffer heeft de verzekeraar echter dusdanig twijfel gezaaid over het bestaan van de klachten dat het bestaan hiervan nog niet vaststaat. Nu door het slachtoffer niet aangetoond is dat de klachten en beperkingen bestaan, is het causale verband ook niet aangetoond.

De laatste uitspraak is eveneens van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch d.d. 15 mei 2012 (LJN BW3818) en gaat over de uitleg van een deskundigenbericht van een psycholoog en over de eigen schuld-correctie vanwege het niet dragen van de autogordel. Dit niet dragen levert alleen eigen schuld op als deze van invloed is op de omvang van de klachten. In deze casus wordt geen eigen schuld aangenomen, omdat op basis van een rapport van een ingenieur is bepaald dat er geen sprake zou zijn geweest van een schadebeperkende maatregel als de gordel wel zou zijn gedragen.

Ook nog verschenen in de voorgaande periode zijn de navolgende uitspraken:

  • Rechtbank Den Haag d.d. 8-3-2012 (LJN BW 0709 over de uitleg van eendeskundigenrapport in een deelgeschilprocedure. Het causale verband tussen de klachten en beperkingen en het ongeval wordt door de Rechtbank aangenomen.
  • Rechtbank Breda d.d. 4-4-2012 (LJN BW1032) over een slachtoffer, die samen met zijn echtgenote een VOF had. Beiden hadden aanspraak op een aandeel van 50 % in de winst. De verzekeraar stelt zich op het standpunt dat het niet uitmaakt welk inkomen er zou zijn genoten na het ongeval, omdat dit uiteindelijk toch allemaal in de gemeenschap zou zijn gevloeid. Dit verweer wordt door de Rechtbank echter niet gehonoreerd, omdat dit afbreuk doet aan het persoonlijke karakter van de schadevergoeding. Met betrekking tot de keuzes na het ongeval over de verdeling van de winst dient wel geabstraheerd te worden, omdat de echtgenoten deze keuzes zelf konden maken. De schade wordt daarom uiteindelijk begroot aan de hand van de kosten voor een vervangende kracht en komt boven het maximaal verzekerde bedrag uit. De buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente worden nog wel bovenop dit maximum verzekerde bedrag vergoed.
  • Rechtbank Arnhem d.d. 7 maart 2012 (LJN BV9094) waarin onder andere eenincident wordt afgewezen om tot afgifte van strafrechtelijke stukken in een mishandelingszaak en medische informatie van 8 jaar van voor het ongeval over te gaan.
  • Rechtbank Zutphen d.d. 25 april 2012 (LJN BW4406) over een voorschot van € 20.000,- en € 1.000,- per maand voor het verdere verloop van de procedure.
  • Rechtbank Breda d.d. 16-4-2012 (LJN BW4353) waar in een deelgeschil een oordeel wordt gegeven over het causaal verband tussen de psychische depressieklachten en het ongeval.
  • Rechtbank Den Bosch d.d. 13 juni 2012 (LNJ BW8055) over de beoordeling van een deskundigenrapport van een deskundige die buiten zijn expertise is getreden.
  • Rechtbank Amsterdam d.d. 16 november 2011 (LJN BW7716) over een leraarmet cognitieve klachten, waarvoor de verzekeringsarts had bepaald dat het slachtoffer nog wel geacht moest worden aan groep 1 en 2 les te geven. Dit leidt ertoe dat er geen verlies aan verdienvermogen aangenomen kan worden.

 

 

REACTIES

Hélène van Hout | 13-11-2012

Hier ben ik erg blij mee, ik zie het als een mooie aanvulling. Ik ben nu wachtende in een whiplashzaak, waar nu eeen deelgeschil in HB loopt. Ik breng de beschikking uiteraard t.z.t. in.
Gerard Linders | 13-11-2012
Fijn, zo'n (maandelijks?) (whiplash) jurisprudentieoverzicht

 

Vraag het ons

Heeft u vragen over whiplash of over het lidmaatschap, lees op onze contactpagina hoe u ons kunt bereiken. 

Contact opnemen

 
 

Word lid

Leden van de Whiplash Stichting ontvangen waardevolle informatie, ondersteuning en kunnen gebruik maken van de ledenvoordelen. 

Lees meer over het lidmaatschap

 

Word vrijwilliger

Als vrijwilliger hoeft u zelf niet per se een whiplash te hebben. Iedereen die kennis en ervaring wil inbrengen is welkom. 

Lees hoe u kunt bijdragen

Steun ons

Draagt u de Whiplash Stichting een warm hart toe? Steun ons dan via een donatie, de Vriendenloterij of met een gebruikte cartridge.

Lees meer over donaties